Drentse flora

Op 22 mei 2026 is in Zwiggelte De Drentse Flora in beweging gepresenteerd. Op 456 schatrijk geïllustreerde bladzijden wordt beschreven hoe de Drentse flora in deze eeuw is veranderd ten opzichte van de situatie zoals beschreven in Atlas van de Drentse flora uit 1999.
Op het achterplat van het omslag staan de ecogroepen genoemd waarbinnen de veranderingen zijn beschreven. Het laatste hoofdstuk licht de veranderingen toe vanuit zes drukfactoren, zoals klimaatverandering en voedselrijkdom. Ook een register op Nederlandse en Latijnse soortnamen helpt de inhoud te ontsluiten.

Wát een volharding en investering om de meer dan vijfhonderd kilometerhokken te inventariseren, de ruim 124.000 waarnemingen te verwerken en beschrijven en daar de mooiste foto’s bij te zoeken die zeventig fotografen belangeloos ter beschikking stelden!
Bijna twee kilogram kleurig FSC-papier mocht ik vormgeven en indelen, in zeer prettig overleg met de Werkgroep Florakartering Drenthe. Het boek is gedrukt door Drukkerij van der Eems (Heerenveen) en gebonden door Abbringh Boekbinders (Groningen).

Het boek is te verkrijgen via de WFD-site, en bij Boomker (Haren) en Godert Walter (Groningen).
Zie ook het bericht op Nature Today.

Licht-val

Het was geweldig om in het fotoarchief van Mar de Hoog (1944–2022) te grasduinen voor het boek Licht – Lucht – Water, dat in november 2023 gepresenteerd is. Bijzonder om duizenden momenten mee te beleven waarop zij ‘afdrukte’ en zo een scene ving met een bijzondere lichtval.

Als eerbetoon aan haar fotografie hebben Hieke Veenstra, Diek Boerman (samen Kunst B&V in Yde) en ik dit boek van ruim honderd bladzijden samengesteld, met foto’s van over de hele wereld.
Mar had zelf in 2019 een map aangemaakt met de titel Licht, met elf foto’s uit Ierland, Patagonië en Hawai’i. Die vormden de basis voor het nieuwe boek.

Het boek is te verkrijgen via hiekeveenstra at kpnmail.nl (ISBN 978 94 6491 138 1, €25 excl verzendkosten).

Graaigras

‘Ganzenexpert en wildschadebestrijder’ Albert Boom ‘oogst ganzen’ voor Staatsbosbeheer bij de Reeuwijkse Plassen, omdat die in steeds groteren getale in Nederland blijven broeden en schade veroorzaken voor boeren die hun koeien van hetzelfde gras willen laten grazen (Binnenstebuiten aflevering 53, NPO2, woensdag 17 maart ’21, 5:00).

Natuurlijk kan gras maar eens in de paar dagen begraasd worden, en kunnen de ganzen niet zien dat zij op de minder voedzame vegetatie van Staatsbosbeheer moeten wezen in plaats van op het naastgelegen grasfalt van de boeren. Daar kan verjagen of eventueel bejagen bij helpen.

Maar om de ganzenexpert te horen zeggen dat een gans hele grasplanten uit de bodem trekt (met z’n hoornachtige, getande snavel) terwijl een koe het gras afsnijdt met haar tong… dat is wel een erg onnozele voorstelling van zaken.

Gras en grazer zijn in de loop van duizenden jaren aan elkaar aangepast geraakt. Gras staat niet voor niets op het menu van gans en koe: het overleeft begrazing. Ganzen plukken met snelle bewegingen de bovenste malse centimeter van een grasplant af en komen terug wanneer het na een paar dagen weer is aangegroeid. Ze hebben niets aan de houtige onderkant van de grasplant, laat staan aan wortels en aarde. Als gras los in de grond stond, zou een koe met elke tong vol gras het formaat van een schotel aan kale grond achterlaten.

Wel loffelijk dat Boom de geoogste ganzen helemaal gebruikt, van B(iefstuk) tot W(orst).

Plaatstrouw

Het Valentijnsweekend van 2021 was licht en fris, en ijs zorgde voor een in coronatijd buitengewone afwisseling van de beperkingen. Niet alleen veel mensen stonden op het ijs: duizenden meeuwen verzamelden aan het eind van de middag bij de Oostersluis in Groningen voor een overnachting.

In het weekend ervoor waren elf vogelaars op pad door de hele stad om geringde kokmeeuwen ‘af te lezen’. Waar komen ze vandaan en wat doen ze de hele dag?
Lees hier het verslag.

Foto: Jan Faber

Maarten missen

TS-Moon-DSC07444

De International Earth Rotation Reference Systems Service (IERS) houdt bij of de atoomklokken nog wel gelijklopen met de astronomische tijd zelf. Bijvoorbeeld luchtstromingen hebben zo’n invloed op de aardrotatie dat een dag niet altijd precies 24 uur duurt. Omdat de aardrotatie in de loop van jaren iets vertraagt, geeft de IERS op gezette tijden aan dat er een seconde toegevoegd mag worden. Dan duurt die dag op de atoomklokken 24 uur en 1 seconde.

Het blijkt ook andersom te kunnen. In 2020 zijn zo veel snelle rondjes voorgekomen dat de IERS voor het eerst in decennia een dag van 23 uur en 59 seconde gaat voorschrijven!

En daar had Maarten Biesheuvel niet op gerekend…
In zijn debuut (In de bovenkooi) laat hij mede-patiënt Piet Mellenberg in het eerste verhaal zeggen dat de aarde onder de bus waarin ze zitten beweegt dóórdat de wielen van de bus de aarde in beweging zetten.
Door al het thuiswerken en gesloten grenzen vanwege corona zijn in 2020 veel minder kilometers gemaakt op de snelweg. Dus zou de aarde in 2020 juist langzamer dan normaal hebben moeten draaien. Zouden Biesheuvel en Mellenberg dan toch gek geweest zijn?

Foto: Jan Faber

Windstil wad

TS-rethFirew_DSC09585

Oud&Nieuw 2020-2021 was op Terschelling bijzonder mooi: bijna windstil bij zonsondergang aan de wadkant. ’s Nachts weinig vuurwerk; wel over-de-datum lichtkogels, rood en oranje. En de kerkklokken luidden om middernacht.

Wat mij betreft mag knalvuurwerk ook volgende jaren wegblijven. Het vervuilt met lawaai, rook en afval.

Je kunt vuurwerk niet los zien van buskruit waarmee mensen al meer dan duizend jaar macht over werelddelen krijgen. Al wordt het ook gebruikt in de mijnbouw om verborgen delfstoffen bloot te leggen.

Misschien is de associatie met macht over het onbekende bij vuurwerk vergezocht, maar het is in elk geval erg slecht voor natuur en portemonnee.
De digitale lichtshow in de Arena was wel een erg ‘bedacht’ slap aftreksel van het spektakel dat vuurwerk nu eenmaal ook is.

Zouden we het indrukwekkende van de knallen en het vuur niet klein en beheersbaar kunnen vieren, in buurtverband? Als tussenvorm tussen in elke straat diverse grote hoeveelheden publieksvuurwerk en gemeente-grote lichtshows. Een paar mysterieuze lichtkogels, wensballonnen en pijlen door en met buurtgenoten. Dan kan jonge jeugd toch van dichtbij kennismaken met vuur en knallen, en blijft de overlast beperkt.

Foto: Jan Faber